Richard Linders neemt na ruim zes jaar afscheid als medisch bestuurder van HZOIJ. Samen met hem blik ik terug op deze periode.

Door Karen Pijnenburg

Tegenover mij zit een energieke zestiger die eigenlijk nog niet wil stoppen. Toch heeft hij besloten zijn functie neer te leggen. Hij heeft het nodig om ruimte te creëren waarin hij kan nadenken over de toekomst. Zijn praktijk in Arnhem zet hij nog even voort, maar zijn opvolger is al aan boord.

Hoe kijk je terug op de afgelopen 6 jaar?

Ik heb heel veel plezier beleefd en kijk terug op een fijne tijd. Ik ben geen enkele dag met tegenzin van Arnhem naar Doetinchem gereden. De samenwerking met jou en de collega’s vond ik prettig. Ik vind het leuk om te zien hoe we mensen in hun kracht hebben weten te zetten, dat we goede collega’s binnen hebben gehaald en dat we de meeste doelen hebben gehaald. Soms lukken dingen niet en dat moet je accepteren. Tijdens schrapsessies worden dan ook zaken stopgezet. Daar heb ik geen last van. En ik ben er uiteraard trots op dat ik een solide en financieel gezonde organisatie achter laat.

Waar ben je trots op?

Er zijn verschillende zaken waar ik trots op ben. Ik heb kunnen ondernemen en verbindingen gelegd.
Met ondernemen bedoel ik dat ik echt dingen heb kunnen doen. Ik ben meer een doener dan een prater. Maar ben daarbij wel altijd op de stoel van de bestuurder blijven zitten. Samen met jou en de collega’s hebben we in coronatijd de ICT gemoderniseerd, zowel van de huiusartsenpost als kantoor. We hebben in korte tijd een goed lopend RCC en zorghotel neergezet samen met de huisartsen en assistenten. Ook ben ik trots op de ontwikkeling van de regioapp ‘Arts op zak’, de longitudinale trach voor coassistenten in de Achterhoek en het regioplan GGZ.
Wat betreft het leggen van verbindingen heb ik best wel wat goede zaken uit Arnhem mee kunnen nemen naar Doetinchem. Alhoewel ik er al snel achter kwam dat deze kleinere regio op een aantal onderwerpen juist voorop loopt. Denk aan vrij roosteren, GGZ en ouderenzorg. Dan nam ik dat juist weer mee naar Arnhem. De samenwerking met jou, Karen, heb ik als positief ervaren. Jij bent meer van het onderhouden van relaties met medewerkers en externen; dat was voor mij moeilijk omdat ik maar 1 dag per week voor HZOIJ werkte. Ook vertrouwde jij onze ideeën aan het papier toe en zorgde je dat de afspraken geborgd werden. Dat gaf mij de ruimte om te ondernemen en soms ook de ‘bad guy’ te zijn. Zoals bij de onderhandelingen met Menzis. 

 

Welke opgaven zijn belangrijk in de toekomst?

Wij hebben, samen met de raad van commissarissen en het bestuur van de huisartsenvereniging, het samenspel op het niveau van de governance goed uitgewerkt en zijn er nu ervaring mee aan het opdoen. Wat ik als gevolg daarvan heb gemist, is het aanhaken bij de algemene ledenvergaderingen van de huisartsenvereniging. Dat vind ik jammer, omdat deze vijf vergaderingen per jaar voor ons als raad van bestuur belangrijke contactmomenten met de huisartsen zijn. De verbinding met huisartsen, met uitzondering de leden van het bestuur, is sowieso lastig. Het lijkt wel of de huisartsen individualistischer zijn geworden. Dat maakt het moeilijk voor HZOIJ om de huisartsen te vertegenwoordigen in diverse externe overleggen. Zorgpartners verwachten wel dat wij namens de huisartsen kunnen spreken. Daar zit dus een discrepantie.

Wat wil je HZOIJ meegeven?

Ik vind het van belang dat HZOIJ de huisartsenpraktijken blijft ondersteunen. Dat is ons bestaansrecht. Met de inzet van de relatiemanagers kun je aan de huisartsen vragen wat ze van ons nodig hebben. Ook moeten we ons goed realiseren dat door het vrij roosteren de ervaren werkdruk van huisartsen niet zozeer meer in de ANW-uren ligt, maar juist meer op de werkdagen in de eigen praktijk. Daar is het moeilijker om waarnemend huisartsen te vinden en speelt het tekort aan doktersassistenten parten. Dus het is maar de vraag of de focus op het ontlasten van de huisartsenpost moet blijven liggen.
Verder wens ik de collega’s van HZOIJ en de praktijken toe dat zij zich bij het samenwerken blijven verplaatsen in de ander. Want alleen samen kunnen we de problemen het hoofd bieden. Blijf zoeken naar de win-win-situatie en behandel de ander zoals je zelf behandeld wil worden.